Alice wordt wakker, omringd door kaarsen, opent haar ogen en lijkt gedesoriënteerd. Ze staat op, en loopt het bos in. Opeens vindt ze een pad en volgt het. Op het pad ziet ze plotseling een mysterieus personage dat vreemd genoeg een vertrouwd gevoel oproept bij Alice. Alice volgt het in mysterie gehulde personage dat nu haar reisgenoot is geworden tot een grot dichtbij. Haar reisgenoot geeft Alice een stormlantaarn. Alice neemt de stormlantaarn aan, kijkt vervolgens in de grot die heel donker lijkt en is ze ineens alleen. Ze loopt twijfelachtig de grot in en kijkt steeds angstiger. Opeens hoort ze geluiden en ze kijkt om zich heen. Uit het duister verschijnt opeens een ander mysterieus personage dat deze keer gevaarlijk lijkt. Ze schrikt en het kwaad deinst terug. Ze kijkt met de stormlantaarn om zich heen waar het kwaad zich bevindt. Het kwade duikt weer vanuit de duisternis op en deinst terug door het licht, keer op keer. Ze begint te rennen, ze wordt achtervolgd en opeens ziet ze licht voor haar. Vlak voor ze gepakt kan worden ontsnapt ze het felle zonlicht in. Na het verblindende witte licht is Alice te zien die afloopt op haar (deels te zien is) reisgenoot en overhandigt haar de stormlantaarn…
Log in to continue
Please log in to perform this action.